In mei 2025 kreeg Denise, postdoc-onderzoeker bij het project, de kans om in gesprek te gaan met verschillende onderzoekers die de intersecties tussen (digitale) mediagebruiken, digitale inclusie, migratie en diversiteit onderzoeken. In deze blogpost belicht zij de rijke verscheidenheid aan projecten en reflecteert zij op de complexe manieren waarop technologie, migratie, identiteit en inclusie met elkaar verweven zijn binnen de Australische context. Ze sluit de blog af met haar overkoepelende observaties.

De Australische Context: Het Immigratie Museum
De ochtend na mijn aankomst bezocht ik direct het Immigration Museum, gevestigd in het Old Customs House in het centrum van Melbourne. Deze indrukwekkende ruimte biedt een doordachte verkenning van migratie in de Australische context, met name gericht op Melbourne en de staat Victoria. De tentoonstellingen volgen de complexe en vaak moeizame geschiedenis van migratie – van de komst van Britse kolonisten in de 18e eeuw tot de invoering van het White Australia-beleid in 1901, dat niet-Britse immigratie wilde beperken.
Wat dit museum echt bijzonder maakt, is de nadruk op persoonlijke verhalen. In plaats van droge feiten of alleen politiek beleid, staan hier juist de ervaringen van mensen centraal. Je krijgt een inkijkje in hoe migranten en vluchtelingen hun weg vonden in een nieuw land, balancerend tussen hoop en onzekerheid. De verhalen laten zien hoe zij omgaan met vragen rond identiteit, thuisgevoel, macht en racisme. Het zijn verhalen over herinneringen die ze meenemen, dromen die ze najagen en de veerkracht die nodig is om telkens opnieuw een plek te vinden — en te creëren — in een nieuwe omgeving.
Alledaagse mediagebruiken door het leven heen: Inzichten van dr. Andy Zhao (Deakin University) en dr. Earvin Charles B. Cabalquinto (Monash University)
Deze focus op levenservaringen staat ook centraal in het werk van dr. Andy Zhao en dr. Earvin Cabalquinto. Dr. Zhao is als onderzoeker verbonden aan het Australian Research Council Centre of Excellence for the Digital Child (Deakin Node). In zijn onderzoek verkent hij mediagebruiken in gezinnen met diverse culturele achtergronden, waaronder jonge Chinese migranten. In zijn boek Social Media in the Lives of Young Connected Migrants onderzoekt hij wat het betekent voor jonge migranten om in een digitaal tijdperk te leven. Hij beschrijft hoe Chinese internationale studenten zich bewegen binnen complexe digitale netwerken die hun dagelijks leven vormgeven. Daarbij gaat het niet alleen om contact houden, maar ook om het balanceren van grenzen: privacy bewaken, sociale media soms bewust loslaten en een eigen online identiteit ontwikkelen. Zhao benadrukt dat dit proces voor iedereen anders verloopt. Hoe jongeren hiermee omgaan, hangt sterk af van hun persoonlijke doelen en de sociale, culturele en materiële context waarin ze leven. Online en offline werelden blijken daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden, beïnvloed door machtsverhoudingen, verwachtingen en relaties.
Ook dr. Cabalquinto kijkt naar digitale media vanuit het alledaagse leven, maar dan met een andere focus. Als Australian Research Council DECRA Research Fellow en docent aan Monash University onderzoekt hij hoe digitale ongelijkheid wordt ervaren door oudere migranten. In zijn huidige project richt hij zich op het huis als een belangrijke plek waar digitale exclusie zichtbaar wordt én waar mensen manieren vinden om daarmee om te gaan.
Samen met oudere Filipino-Australische migranten en hun families verkent hij wat die digitale kloof betekent voor hun welzijn en sociale verbondenheid. Wat zijn werk extra waardevol maakt, is de praktische insteek: hij wil niet alleen begrijpen, maar ook verbeteren. Het doel is om cultureel passende aanbevelingen en hulpmiddelen te ontwikkelen die aansluiten bij de leefwereld van oudere migranten. Daarmee draagt zijn onderzoek bij aan een inclusievere digitale samenleving, waarin mensen beter worden ondersteund om zich veilig en zelfverzekerd online te bewegen.
Door deze sterke focus op alledaagse ervaringen maken beide onderzoekers duidelijk dat mediagebruik nooit losstaat van het echte leven — het is er juist diep in verweven.
Gebruik van digitale technologie tijdens hervestiging – Recent onderzoek van dr. Charishma Ratnam (RMIT University)
Na de ontmoetingen met dr. Zhao en dr. Cabalquinto had ik een verhelderend gesprek met dr. Charishma Ratnam. Dr. Ratnam is als senior onderzoeker verbonden aan het Social Equity Research Centre in de School of Global, Urban and Social Studies van RMIT University in Melbourne. In haar onderzoek verkent zij diverse aspecten van de hervestiging van vluchtelingen. Eerder heeft zij gewerkt met Sri Lankaanse migranten om beter te begrijpen hoe zij openbare ruimtes in steden in Australië gebruiken en ervaren. Daarnaast heeft zij COVID-19-communicatiestrategieën ontworpen, samen met en voor jongeren uit cultureel en taalkundig diverse gemeenschappen in Victoria. Door deze projecten heeft zij haar onderzoekprogramma ontwikkeld, met een focus op migranten, vluchtelingen en asielzoekers. Haar meest recente project bouwt hierop voort door te onderzoeken hoe vluchtelingen digitale technologieën gebruiken tijdens het hervestigingsproces. Dit omvat de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksmethoden om hun ervaringen beter in kaart te brengen en nieuwe inzichten te genereren over hoe smartphones, apps en andere digitale hulpmiddelen vluchtelingen helpen om aan hun praktische en sociale behoeften te voldoen terwijl zij een nieuw leven opbouwen in Australië.
Aangezien dit project pas in 2025 is gestart, kijken we uit naar de waardevolle kennis die het de komende jaren zal opleveren – kennis die kan bijdragen aan responsiever beleid, diensten en ondersteuningssystemen om de hervestigingsreis van vluchtelingen in Australië te verbeteren.
Beleid informeren via de Digital Inclusion Index – Gesprekken met dr. Kieran Hegarty (RMIT University) en dr. Sharon Parkinson (Swinburne University of Technology)
Mijn laatste afspraak bracht me naar de ADM+S-kantoren: een bruisende co-workingplek waar onderzoekers van verschillende universiteiten samenkomen binnen het ARC Centre of Excellence for Automated Decision-Making and Society. Het is zo’n plek waar ideeën zichtbaar in beweging zijn. Hier werken wetenschap, overheid, industrie en gemeenschap samen aan één doel: geautomatiseerde besluitvorming eerlijker, transparanter en inclusiever maken.
Een van de projecten die daaruit voortkomt, is de Australian Digital Inclusion Index. Samen met dr. Kieran Hegarty en dr. Sharon Parkinson kreeg ik een inkijkje in dit onderzoek, dat op basis van grootschalige enquêtes meet hoe het ervoor staat met digitale inclusie in Australië. Ze kijken daarbij naar drie belangrijke pijlers: toegang tot technologie, betaalbaarheid en digitale vaardigheden. Maar wat het project echt interessant maakt, is dat het niet alleen een landelijk gemiddelde presenteert. Het laat juist zien waar de verschillen zitten, tussen regio’s, maar ook tussen verschillende sociale groepen.
Omdat de index al meerdere jaren loopt, vangt hij ook bredere maatschappelijke veranderingen. Zo werd de impact van de COVID-19-pandemie zichtbaar, en in de nieuwste metingen komt ook de rol van generatieve AI in beeld. Een belangrijke conclusie is dat digitale inclusie in Australië langzaam vooruitgaat, maar zeker niet voor iedereen. Vooral de kloof tussen First Nations- en niet-First Nations-gemeenschappen blijft groot, en is het meest uitgesproken in afgelegen gebieden.
Wat daarnaast opvalt, is hoe sterk digitale inclusie samenhangt met factoren zoals leeftijd, opleidingsniveau, werk en inkomen, een patroon dat ook internationaal herkenbaar is. Hoewel de Digital Inclusion Index vooral kwantitatieve inzichten biedt, vullen andere projecten binnen het centrum dit aan met kwalitatief onderzoek.
Een mooi voorbeeld daarvan is Mapping the Digital Gap. Dit project zoomt juist in op het dagelijks leven in afgelegen First Nations-gemeenschappen. Door middel van face-to-face enquêtes, etnografisch onderzoek en langdurige samenwerking met lokale organisaties ontstaat een veel rijker beeld van hoe mensen technologie gebruiken en waar ze tegenaan lopen. In deze gemeenschappen is digitale uitsluiting vaak het grootst, door beperkte infrastructuur en hoge kosten voor internettoegang.
De kracht van dit alles zit in de combinatie: cijfers die patronen blootleggen, en verhalen die die cijfers tot leven brengen. Samen vormen ze een stevige basis om beleid te ontwikkelen dat niet alleen goed bedoeld is, maar ook echt aansluit bij de leefwereld van de mensen om wie het gaat.
Overkoepelende observaties: De kloof tussen beleid en het dagelijks leven
Wat al deze ontmoetingen met elkaar verbond, was de gedeelde aandacht voor de concrete, alledaagse realiteit van migranten en minderheden in Australië. Hoewel beleid vaak gebaseerd is op universele principes, zoals ‘universele toegang’ en ‘het bevorderen van digitale vaardigheden’, laat onderzoek keer op keer zien dat een-op-een-oplossingen zelden werken. De kloof tussen beleidskaders en de levenservaringen van mensen blijft groot. Alle onderzoekers die vriendelijk genoeg waren om met mij te praten en mij over hun werk te vertellen, zetten zich actief in om de kloof tussen beleid en praktijk te overbruggen en bij te dragen aan een veiligere, toegankelijkere en inclusievere digitale samenleving voor iedereen. Of het nu gaat om mediagewoonten in gezinnen, jonge migranten, oudere migranten, hervestiging of lokale uitdagingen op het gebied van digitale inclusie – hun werk laat zien hoe belangrijk het is om de stemmen, behoeften en levensrealiteiten van migranten, vluchtelingen en gemarginaliseerde gemeenschappen serieus te nemen.
Mijn tijd in Melbourne maakte duidelijk dat digitale inclusie veel verder gaat dan apparaten en internetverbindingen; het gaat ook over wiens stemmen gehoord worden, wiens ervaringen ertoe doen en wie de macht heeft om de digitale ruimtes te vormgeven waar we allemaal van afhankelijk zijn.
